Het PelletFabriekje

Een oplossing voor klimaat- en energiecrisis?

Lokale houtige biomassa is een troef voor een warm en klimaatgezond Vlaanderen.
De energietransitie is ‘hot and happening’, ook in België. Zo goed als elke beleidsstudie, conceptnota of visietekst gaat ervan uit dat we “elke vorm van hernieuwbare energie” nodig zullen hebben om onze duurzame ambities te halen. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië bestaat er interesse om biomassa in te zetten als bron voor hernieuwbare energie. Concreet zien we daar weinig van. Tijd om het heft in eigen handen te nemen.
Reeds voor de energiecrisis was ik geboeid door deze materie en heb door upcycling van oude en versleten industriële apparaten die rijp waren voor de schroot een houtpelletfabriekje gebouwd.

De grondstof

In de Polder Sinaai-Daknam, meer bepaald in de Damstraat (zijstraat van de Meersstraat), net over het brugje rechts, hebben we naast de dijk van de Molenbeek, waardoor het gezuiverde afvalwater van Sint-Niklaas stroomt, al decennia lang een KLE (klein landschapselement) van 60 knotwilgen staan.

Schietwilg of salix alba is een ​inheemse loofboom die kan uitgroeien tot een hoogte van 20m, maar in ons landschap is hij zeer gekend als de ‘knotwilg’. Hierbij wordt de stam afgezaagd op een hoogte van 2 meter. Uit het snijvlak ontspruiten de nieuwe scheuten en zo wordt de nieuwe kroon gevormd, ook wel pruik genaamd. Al eeuwenlang gebruikt men de snelgroeiende en flexibele takken voor o.a. manden te maken. De bloei in mei – juni bestaat uit vrij onopvallende, mannelijke zilverachtige katjes. De vrouwelijke hebben geelgroene schutblaadjes die in juni en juli rondzwevende zaadpluizen vormen. Door te kauwen op een wilgentwijg krijg je het natuurlijke medicijn salicine binnen, waar aspirine van wordt gemaakt (nog niet zelf getest).

De natuur helpt om CO2 te stockeren

CO2 is samen met zonlicht en water de basis van alle biomassa, en dus ook van hout. Wilgen zijn loofbomen en hebben bijgevolg bladeren die CO2 opnemen en via fotosynthese verwerken tot glucose, water en zuurstof. Die glucose wordt vervolgens via andere processen weer omgezet in de bouwstoffen van hout: cellulose en lignine, dit laatste is het belangrijke bindmiddel houtstof. Op die manier heeft onze rij wilgen een luchtzuiverende werking want de CO2 wordt hout, die we door snoeien, hakselen en bewerken kunnen stockeren onder de vorm van houtpellets. Je leest het goed: we stockeren het broeikasgas CO2.

En wat met de uitstoot?

Hout kan bij afbraak (rotten) of verbranding nooit meer CO2 uitstoten dan het heeft opgenomen. Produceren en verbranden van houtpellets levert geen netto bijdrage aan het broeikaseffect op voorwaarde dat de winning en fabricage lokaal gebeurd. Pellets per boot of vrachtwagen aanvoeren of produceren van in Canada speciaal daarvoor gekapte bossen is ecologisch gezien uiteraard geen toegevoegde waarde.
Door frequent te knotten wordt de groei gestimuleerd en gaan onze planten nog meer CO2 omzetten naar houtmassa. Ik snoei mijn knotwilgen middels een batterij gedreven kettingzaag die net als de elektrische energie van de pelletproductie, ten belope van 2 kleine elektrische wagens, wordt opgewekt met zonnepanelen, en voorlopig terugdraaiende teller 😉
Mijn pelletproces is 100% groen en energieneutraal.

De totale energieconsumptie voor het draaiende pelletfabriekje is minder dan het verbruik van 2 elektrische wagens, namelijk 30kWh. De elektriciteitstoevoer naar de installatie is beperkt tot 3x380V 25A, indien dit verzwaard zou worden, zou de totale productie evenredig kunnen stijgen met het energieverbruik.
De opbrengst is circa 50kg/h. Voor de energiecrisis was dit aan een houtpelletprijs van 27ct/kg niet zo bijster veel (13€/h), aan de huidige 80ct/kg is dit al interessanter.

De houtpellets die uit mijn installatie rollen, zijn enkel voor eigen gebruik, ik heb er geen commerciële doelen mee. Aangezien ze ook redelijk wat schors bevatten en niet altijd vormvast, heb ik wat meer as na de verbranding in de kachel.

Biomassa gebruiken om energie op te wekken is controversieel. Als we op grote schaal energiegewassen zouden kweken dan concurreren we om de zelfde schaarse grond waarop we ons voedsel kweken. Als we massaal inzetten op houtkachels voor verwarming, komen onze doelstellingen rond fijn stof in gevaar. Als we zouden kiezen voor grote biomassacentrales om voldoende groene stroom op te wekken, dan verbranden te veel en te goed hout. Hout dat bovendien van te ver moet komen, zodat er te veel CO2 wordt uitgestoten en de energie helemaal niet duurzaam meer is.

De Provincie Oost-Vlaanderen is ervan overtuigd dat houtige biomassa weldegelijk een rol kan spelen in de strijd tegen de opwarming van het klimaat en nog meer in hoe we met deze klimaatverandering leren omgaan. Het technologische proces om houtige biomassa om te zetten in warmte is eenvoudig. De randvoorwaarden en afwegingen om écht te kunnen spreken van duurzame of groene warmte zijn dat niet. Ook de lokale logistieke keten en samenwerking die je hiervoor moet opzetten zijn niet eenvoudig. Maar toch zijn er talrijke redenen om op houtige biomassa in te zetten. Van landbouwverbreding, over biodiversiteit, landschap en recreatie tot een lokale economische impuls: lokale houtige biomassa is een troef voor een warm en klimaatgezond Vlaanderen.

Ik neem je stap voor stap mee in het proces van hout naar goud

Stap 1: Grow that wood!

Deze stap is handsfree want dit doet de natuur voor ons.
Zoals het spreekwoord “snoeien doet bloeien”, groeien onze knotwilgen als kool nadat ze hun kapbeurt gekregen hebben.
Wilgen zijn loofbomen en hebben bijgevolg bladeren die CO2 opnemen en via fotosynthese verwerken tot glucose, water en zuurstof. Die glucose wordt vervolgens via andere processen weer omgezet in de bouwstoffen van hout.

Stap 2: Knotten die handel

De normale frequentie om te knotten is 5 à 7 jaar, maar dan heb je stammen met een diameter van 20cm en meer, die lastig -gevaarlijk- zijn om te knotten en die vaak niet meer door de hakselaar kunnen. Voor liefhebbers van normale hout- of speksteenkachels is dit hun ideale brandstof. Maar dit hout geeft bij verbranding een massa fijn stof terug aan de atmosfeer en het is zeer arbeidsintensief: na het snoeien wordt het op de akker in stukjes gezaagd, naar huis gebracht, gelost, gekliefd, gestockeerd om te drogen, … Zeer veel handelingen die het spreekwoord “aan hout kan je je een aantal keer verwarmen” alle eer aandoet.
Ik kies om de cyclus korter te houden naar 4-jaarlijks om 100% hakselhout te hebben. De stammen zijn compacter, dus gemakkelijker te snoeien en worden zonder tegenpruttelen door onze hakselaar opgegeten en uitgespuwd.

Snoeien doe ik met een EGO CS1400 elektrische kettingzaag met 2 stuks 56V lithium batterijen. Het blad is 35cm. Als back-up een klein maar handig Stihl 2 takt benzine kettingzaagje.


Het hakselen is met een flinke tracotgedreven messenhakselaar BX92 van Devos Agri met regelbare hydraulisch aangedreven invoerwalsen, vliegwiel van 92cm met 4 omkeerbare tweezijdige en demonteerbare messen + één regelbaar tegenmes. Capaciteit tot diameter 23cm volgens specificaties maar dan breekt de breekbout op de cardan.
Om dit alles in gang te draaien hebben we een New Holland (Ford voor de anciens) TL-80 tractor met zoals het type zegt: 80pk onder de motorkap. We laten de cardan 570tr/min draaien. Maar mijn oogst van 2022 bevatte teveel takjes die zonder kleerscheuren de hakselaar verlieten. Volgens Devos Agri mag ik het toerental flink de hoogte injagen en eens kijken naar de instelling van het tegenmes: 1mm is genoeg.

De hydraulische snelheidsregeling van de invoerwalsen is handig, want daarmee kan je ook de grootte van de snippers in de hand werken: lagere invoersnelheid geeft uiteraard kleinere stukjes. Hierdoor verloopt nadien het malen van de snippers tot zagemeel met minder energie of hogere doorzet. Om dit ventiel fijner te regelen heb ik het korte standaard staafje vervangen door een langere torx sleutel.
Ben je aan het hakselen voor biomassa installaties, dan zijn grotere snippers gewenst. Vaak gebruikt men daarvoor trommelhakselaars zonder zift.

De hakselaar heeft ook een No-stress elektronische regeling. Op de as van het vliegwiel met messen zit een toerentalmeting. Als de hakselaar een dikke boom of teveel takken ineens te verwerken krijgt, zakt het toerental. Zakt dit beneden een op de regelaar ingesteld toerental, bvb 550 toeren/minuut, wordt de hydraulische olie van de toeverrollen onderbroken met een elektroventiel. De hakselaar kan even op adem komen en de voeding wordt terug ingezet als het toerental hersteld is.

De hakselaar is mechanisch gemodifieerd met een verstelbare dissel om de dubbelassige kipremork te kunnen trekken. De dissel is in de breedte zwenkbaar zodat de toevoermond van de hakselaar uitgeklapt kan worden met de remork nog aan de dissel. Heel handig om zo van boom tot boom te rijden met maar 1 tractor. De capaciteit van de remork (met verhoogde zijwanden) is voldoende. Als hij vol is, ben je al gauw een halve dag bezig en heb je een pauze verdiend.
Bij nat weer is deze remork wel een beperking. De Meersen zijn van nature drassige grond en met de kleine wieltjes blijft de remork snel steken.
De remork kan achterwaarts gekipt worden met een hydraulische piston met handpomp, waar we een T-stuk tussen gebouwd hebben om dit in 1 ruk door de tractor te laten doen.

Stap 3: Drogen

Als je het hakselhout rechtstreeks van de akker wil gebruiken om pellets te draaien, heb je een energieverslindende drooginstallatie nodig. Het vochtgehalte is nu 50% of meer en moet onder de 20% zijn om een geschikte grondstof te zijn voor verwerking.
Dus laten we het hout na het hakselen 2 jaar bekomen onder een afdak. In open lucht onder een waterdichte maar ademende zware folie zou ook gaan. Het is niet “Ssssst, hier rijpt den Duvel”, maar “Ssssst hier droogt het hakselhout”.
Ik had eens gehoord dat je het gerust een zomer lang zonder afdekken, onder de blote hemel in open lucht kan leggen alvorens binnen te voeren zodat het nog droger is. Zogezegd zogedaan. Maar toen hadden we in 2021 de natste zomer ooit (met grote overstromingen in Luik) en was het hout beginnen rotten: weg oogst, open voeren op de akker en omploegen.

uitkiepen

Stap 4: Zagemeel

Rechtstreeks hakselhout in de pelletpers gooien werkt niet. Als voeding voor de pers zijn zagemeel stukjes kleiner dan 5mm nodig. Een hamermolen is het geschikte gereedschap hiervoor. Een hamermolen is een as met schijven waar hardmetalen platen/klepels op gemonteerd zijn die vrij kunnen roteren. Onderaan is een zift -geperforeerde plaat- met gaatjes van een bepaalde diameter. De houtstukjes blijven en de hamermolen circuleren en worden door de klepels kapotgeslagen tot ze klein genoeg zijn om door het zift geblazen kunnen worden. We kochten een oude zware tweedehands tractorgedreven hamermolen gekocht. Deze is na een maand uiteengevlogen en hebben we een tweedehands motorgedreven hamermolen gekocht.

Het betreft een Chinese hamermolen met 4 schijven en 4 assen met telkens 4 klepels, die door bvba Breathing elektrisch verbeterd is met een betere Europese motor, de elektriciteit volgens de CE-norm en voorzien van polies met 3 getande riemen.
Op dezelfde centrale as van de hamermolen zit een blower gemonteerd die de zagemeel stukjes vanonder het zift wegzuigt en richting cycloon blaast. Het lager tussen hamermolen en blower was eens stuk. Dit was een mechanisch taakje voor gevorderden om het geperste lager met gasbrander en polietrekkers te kunnen vervangen. Het oude lager volgens de “Chinese spec” was hier nergens verkrijgbaar en is vervangen door een DIN-lager met bijhorende lagerblok, die correct uitgelijnd diende te worden wegens niet standaard passend op het Chinese onderstel.

Om de doorzet te verhogen heb ik de hamermolen gepimpt door elke as van 6 klepels te voorzien met titanium bussen en M16 rondellentussen de klepels.

Stap 4bis: doseren is de boodschap

Neen, dit is geen advies hoe je het WK wielrennen wint.
Maar de hamermolen heeft een drijfkrachtmotor (3x380V) van 7,5kW en bij directe starten van de elektromotor swingt de opstart piekstroom de pan uit: meer dan 60A over elke fase. De stal waar de toestellen staan is een oude koeienstal waar niet zoveel stroom nodig was. De voedingskabel naar deze stal is slechts 6mm², 25A dus. Met andere woorden: als het starten van de motor wat te lang duurt, ligt alle stroom af, want de eveneens 25A hoofdautomaat van de Fluvius teller houdt het dan voor bekeken. Dus heb ik tussen de hoofdrelais en de motor een manuele ster-driehoekschakelaar geplaatst (kostprijs 50€, want een automatische is 950€) om hem te kunnen starten.
Idem als je de hamermolen teveel hakselhout voedert: hij lust dit graag, kan er goed mee weg, maar de pk’s, wattages en bijgevolg amperages swingen de pan uit, meer dan we daar voorhanden hebben. Als je hem met een vuilblik scheppen hakselhout geeft, moet je tussen 2 scheppen circa 10 seconden wachten. Saai werk. Je staat er een halve dag en hebt enkel zagemeel gemaakt. Dit vraagt voor een automatisering. Van een bevriende landbouwer heb ik een Manitou verrijker met hydraulisch bediende voederbak eens gebruikt. Zo’n voederbak bevat onderaan een vijzel, dat met een duplex ketting verbonden is met een hydro-motor, dat via de verrijker bediend wordt. Dit werkt perfect, alleen moet je elke 10 seconden een ventiel bedienen. Of je zou de olietoevoer van de hydro-motor kunnen smoren, maar dan blijft de 82pk 4.4 liter 4 cilinder Perkins dieselmotor van onze Manitou MT1030 stationair draaien om de hamermolen te voederen? Niet zo efficiënt. Bovendien kost zo’n nieuwe voederbak tussen de 4000 en 5000€. Te veel geld om nieuw aan te kopen.

Een andere landbouwer in de buurt had zo’n versleten bak staan: bijna doorgeroest en niet meer verkerend in werkende staat met gebroken ketting. Waarde: de prijs van het oud ijzer. In ruil voor wat hakselwerk mocht ik hem komen redden van de sloop.

Na wat TLC (time, love & care), een nieuwe duplex ketting (kostprijs 120€) en uitlijnen van de hydro-motor is hij terug paraat. Met uitzondering van de vijzel zelf, de schroef, die is binnenkort aan vervanging toe, maar goed genoeg om mee te starten.

Op de zolder van de stal stond nog een oud hydrauliekgroepje dat mijn vader ooit uit onderdelen van een oude heftruk had gebouwd om een piston te bedienen om hout te klieven. Dit was perfect voor een hydro-motor aan te drijven. Nieuwe koppelingen ertussen en de voederbak wordt nu aangedreven door een elektromotor. Alleen draait de vijzel nog veel te hard en gewoon met een kraan de olietoevoer of -afvoer knijpen knijpen werkt niet, dan vliegt de veiligheidsklep open en begint volop daarover te circuleren terug naar het tankje. Bij Van Remoortel in Sint-Gillis-Waas de geschikte hydraulische component van Rexroth gevonden zodat met een stelwieltje perfect het toerental van de vijzel te regelen valt. Ik stel het in op circa 2tr/min, zodat de amperage van de hamermolen redelijk stabiel rond 12A blijft.

De voederbak en hydrauliekgroep werden op een kar gezet zodat de uitlaat van de vijzel uitkomt in de gemodifieerde inlaat van de hamermolen. Ook heb ik de voederbak wat breder gemaakt met een aluminium schuifaf want de bak van onze Manitou is wat breder dan de voederbak die op Bobcat grootte is gemaakt.

Stap 5: zagemeel voorraadvat

Het net gemalen zagemeel wordt door de ventilator weggeblazen en moet ergens worden opgevangen. Een oude zelfgebouwde houten graansilo leek ideaal. Het heeft ook een ontluchtingspijp want op dezelfde manier worden door leveranciers van dierenvoeding daar ook korrels ingeblazen. En inderdaad, met nog een extra ventilator erbij vult de silo zich mooi.
Bij bvba Breathing kochten we een tweedehands vijzeltje die het zagemeel dat we uit de silo laten vallen, richting blauw voorraad vatje boven de pelletpers verplaatsen. Dit vatje heb ik voorzien van 2 sensors die op hoog- en laag peil middels een relaissturing het vijzeltje automatisch bedienen.

Er is een heel grote MAAR aan deze opstelling. Korrels, mais, graan enzovoort hebben een ronde structuur en dit zakt gemakkelijk. Gemalen hakselhout heeft een vezelige structuur en dit zet zich vast. De kleine vijzel neemt wat weg, creëert een holte maar boven blijft het gewoon staan, het zakt niet.
Idem in de houten silo. Eerst dacht ik dat het probleem bij de conische uitlaat onderaan zat. Ik boorde gaatjes diameter 6mm in de cone om met perslucht het zagemeel meer “vloeibaar” te maken. Geen groot succes. Kloppen op de silo langs buiten werkt beter. Van een aannemer eens een betontrilnaald gebruikt. Beton is waterig en gedraagt zich als een vloeistof, waar trillingen goed overdraagbaar zijn. Zagemeel zit vol lucht waardoor alle trillingen geabsorbeerd worden.
Ik maakte het deksel boven de houten silo los en monteerde er een 5/4″ centrale as in, voorzien van glijlagers en onderaan een vork van een hooischudder om beweging te krijgen in de materie: de as is niet rond te draaien! Een draadstang van M12 trek je gewoon krom… zucht


Dit pad moest ik verlaten. Het zagemeel moet rechtstreeks naar een vat boven de pelletpers geblazen worden, zonder tussenstap. Bij Breathing verkopen ze vierkante silo’s met grote roerders met stevige overbrenging. Mijn neef had zo’n oude vierkant silo’tje staan, dat ik omgebouwd heb: de cone bovenaan als inlaat en een nieuwe vlakke bodem onderaan. Een deel van een cycloonafscheider dat we ook van Breathing gekocht hadden, plaatste ik bovenaan het het vat.
Terwijl ik dacht dat de rechte wanden van de vierkante silo het zagemeel gemakkelijk zou laten vallen in vergelijking met een ronde silo, bleek dit ook geen verhoopt succes te zijn.
Als laatste idee had ik het gebruiken van een bigbag. Je hebt XL bigbags van bijna 2m hoog. Deze heb ik aan een metserstelling bevestigd, ook met de cycloon bovenaan. Dit werkt goed en als de hamermolen stil ligt, kan je gewoon eens tegen de zijwanden van de bigbag stampen en de inhoud valt gemakkelijk naar beneden.
Later moet ik de bigbag misschien van een gordijn voorzien, want UV bestendig is het materiaal niet.

Stap 6: opnieuw doseren

Om pellets te maken is een constante kwaliteit van grondstof belangrijk alsook een constant debiet.
Dit constant debiet bereiken we met een klein metalen instelbaar schuifje waarboven een roerder onder de vorm van een metalen kruis draait. Dit had mijn vader reeds gemaakt bij een eerdere opstelling met een blauw vatje boven de eerste pelletpers.

De aandrijving is een motorreductor combinatie met haakse uitgang een SEW SF32 D63L-4 dat het motortoerental van 1300 reduceert naar 35 tr/min.

Maar als het voorraadvat groter wordt, heb je hetzelfde probleem als eerder geschetst: zagemeel zakt niet, er wordt een holte gecreëerd alsof het een iglo is.

Dit heb ik opgelost door de roerder uit te breiden met een hogere as met verstevigingsribben, waar een trekveer op gemonteerd is, die ik liggen had om de ½” Alpex chauffagebuizen te plooien zonder knikken. Maar door de verstevigingsribben krijgt dat motortje het geheel niet in gang als de roerder helemaal onder het zagemeel zit.

Daarvoor heb ik een kegel van mijn kinderen hun voetbalpleintje geplukt en aangepast zodat de roerder meer gestroomlijnd is en zelfs met een gevuld voorraadvat in gang kan trekken. Let er op dat alle motoren een goede motorbeveiliging hebben die op het goede amperage afgesteld is.

Het constante debiet dat we nu hebben, wordt verstoord als het in het vat de opening van het schuifje in zicht komt. Want door de luchtdruk van de blower van de hamermolen, wordt het zagemeel door het gat geblazen. Dit moet opgelost worden met een cycloonafscheider. Bij dit toestel wordt lucht en vaste deeltjes, in ons geval zagemeel, in een wervelende beweging gebracht, waarbij door de cirkelvormige beweging de zwaardere deeltjes stilaan energie verliezen en afdalen in de cone, terwijl de lucht naar boven ontsnapt. We hadden tweedehands eentje gekocht, maar deze was niet compleet, de onderste cilindrische cone is er niet bij. Ik heb mijn vrouw eentje laten maken in katoen met een leuke print.

De druk op het voorraadvat is nu lager, maar nog niet optimaal. In de toekomst zal ik toch eens moeten kijken om er een metalen cone voor te maken. 

Stap 7: persen

Je vraagt je waarschijnlijk al even af hoe nu feitelijk die pellets gemaakt worden. Inderdaad, we zijn toe aan het hart van de installatie. Er zijn grote industriële persen maar wij werken met de kleine persen voor huis-tuin-en-keukengebruik. Dit type pers heeft een ronde matrijs met vele kleine gaatjes van 6mm, of andere diameter naargelang het gewenste eindproduct. Het zagemeel wordt door 2 of meerdere rollen door de matrijs geduwd. Door de druk komt lignine (houtstof) vrij dat voor de binding zorgt. Eerst kochten we een tweedehands persje wat dienst had gedaan om veevoeder korrels te maken. Het was van het type met ronddraaiende matrijs en vaste as met 2 rollen. Er houtkorrels mee maken lukte niet me , met een nieuwe rol wel. De oude stond blijkbaar iets te krom. Maar het debiet was te laag. Tijd om onze portemonnee eens deftig open te trekken en bij Breathing in Sint-Truiden een nagelnieuwe pelletpers van 7,5kW besteld. De KL types hebben een vaste matrijs en 2 rondddraaiende rollen. Kurt vertelde ons hoe we de matrijs moeten polieren en na productie moeten spoelen met tarwezemelen (Aveve zak 734).
Kurt van Breathing is echt een referentie op gebied van houtpellets maken. Hij heeft internationaal ervaring in verschillende projecten, tot in Kenia, waar hij mee gewerkt heeft aan het maken van pellets, afkomstig van groenafval van rozenkwekerijen.

Pelletpers KL Type | Bvba BreatHing (zelfpelletsmaken.be)

Afhankelijk van de kwaliteit van je zagemeel, zullen de pellets ook van een bepaalde kwaliteit zijn: 

Is het te droog, heb je zeer veel stof of maar halve pellets. Dit kan je tackelen door er een waterdoseerpompje op te zetten, of zoals ik als liefhebber van nice&cheap gedaan heb: een vatje op 4m hoogte zodat door graviteit en een regelkraantje (regen)water in de matrijs kan druppelen. 

Is de voeding te nat, dan zal het vocht na het persen direct uit de korrel ontsnappen of verdampen, waardoor de korrel vol breuken zit of zelfs uiteenvalt in verschillende kleinere stukken.

Stap 8: zeven

Is de druk van de rollen op de matrijs te klein, maak je ook geen pellets, maar vliegt het zagemeel er door. Hetzelfde resultaat heb je ook als het debiet niet constant is. 

Je merkt het al, je kan niet zomaar de output van de pelletpers stockeren en in je kachel uitgieten, of je gaat te veel stof hebben. Er bestaan verschillende manieren op te filteren, zoals een vibrerend bed, maar een roterende trommel is toch gemakkelijker. 

Ik kocht een nieuwe Scheppach RS400 rolzeef, gemaakt om tuinaarde te zeven van stenen en wortels. De standaard maaswijdte is 20mm, waarbij ik een dubbele laag “konijnendraad” van 10mm bij gemonteerd heb. Dit 230V motortje laat de rolzeef (Ø 400 mm, lengte 800 mm) 42 tr/min draaien wat veel te bruut was, vele korrels braken in stukken toen ze vers in de zeef vielen. Ik had van een afbraak al 20 jaar in mijn -vochtig- tuinhuis een motortje met Siemens frequentiedrive liggen. Dit gemonteerd en eureka, het werkt nog. Nu kan ik het lekker zacht op 5Hz laten draaien. Alleen dient het motortje met een extra fannetje uitgebreid worden, een standaard 12V computer koelventilatortje. Want nu de motor maar aan een tiende van zijn normaal toerental draait, wordt hij niet meer gekoeld door zijn eigen koelfan op de motoras.
Afval bestaat niet in de pelletbranche. Het stof of kleine korreltjes die de door de zeef vallen, gieten we gewoon in de hamermolen en wordt gerecycleerd.

Voila onze pellets zijn een afgewerkt product geworden. Eerst vulde ik kunststof bakken, maar naarmate de productie opgedreven werd, heb ik voor witte PP “puinzakken” gekozen, die stapelbaar zijn. Let goed op want de pellets zijn nog heel warm en tamelijk vochtig. Sluit je de zak, dan condenseert de damp en worden de pellets terug afgebroken tot pulp. Laat de zakjes dus een nachtje uitdampen eer je ze dichtlegt.

Contactpersoon: Björn Van Guyse, Drieschouwen 79, 9190 Stekene 0475/509569, bjornvanguyse@gmail.com

Locatie installatie: Kwakkelstraat, 9190 Stekene

Locatie KLE knotwilgen: Damstraat, Stekene

Bezint eer je begint

Vooraleer je je rijk rekent, bedenk dat dit traject circa 2 jaar geduurd heeft om alle valkuilen te overwinnen.
Je kan alle stappen in 1 keer overslaan door een kant-en-klare installatie te kopen, maar dan is er een terugverdientijd van ettelijke jaren. Er zijn ook vele gevaren waar je rekening mee moet houden en kennis van moet hebben:

Drijkracht, capaciteit

Bijna alle motoren werken op drijfkracht. Je elektrische installatie moet dit aankunnen, voldoende capaciteit hebben. Als je vrouw de koffie aanzet en alles tript, heb je een probleem

Lawaai, stof, stofexplosie

Motoren maken lawaai, zeker de hamermolen. Gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag een veiligheidsbril, gehoorbescherming, stofmasker, de juiste handschoenen.
Leg een goede aarding om stofexplosies te vermijden.
Ik heb altijd een blusapparaat in de buurt.
Iemand contacteerde me en wou in zijn kelder zo’n installatie bouwen. Ik heb het hem afgeraden.

Energiekost

Reken goed uit wat je totale energiekost is om rendabel te zijn.

Groot materiaal

Industriële apparaten zijn duur, de onderdelen nog duurder.

Draaiende onderdelen

De ongevallen met draaiende onderdelen zijn legio. Schakel je toestel uit alvorens er aan te werken. Hou in gedachten dat er altijd een onderdeel kan losschieten, ga er niet zomaar met je hoofd boven hangen.

Maar de return is groot: je werkt in de buitenlucht en maakt van een afvalproduct een groene brandstof. Hout is goud!

Sharing is caring:

de website van Het Pelletfabriekje

de facebookpagina van Het Pelletfabriekje

check Het Pelletfabriekje op Instagram

deze pagina is mede mogelijk gemaakt door:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 thought on “Het PelletFabriekje

  1. Dat wordt vast een warme winter bij De Stoffige Zolder 😉

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *